Voortgezet onderwijs (bewerkbare versie)
Uit Trotsopnederland
Voor een ondernemende samenleving is goed onderwijs erg belangrijk. Uiteindelijk zijn de leerlingen en studenten de toekomstige werknemers van Nederland. Nederland heeft, ook internationaal gezien, nog altijd een goed opgeleide beroepsbevolking. Echter, de kwaliteit van zowel basis- als voortgezet onderwijs staat erg onder druk. Het Nederlandse onderwijssysteem is erop gericht iedereen kansen te bieden, onafhankelijk van ras, herkomst, geloof of inkomsten van ouders. Door decennialange hervormingsdrift en bezuinigingen is de ruimte voor kwaliteit en talent in het voortgezet onderwijs erg achteruit gegaan. Het totale onderwijs is verstikt geraakt in teveel managementlagen en uitdijende bureaucratie, waardoor excelleren en het beste uit jezelf halen sterk in het gedrang zijn gekomen. Ook het ‘nieuwe leren’ staat ondervindt veel kritiek. Het gaat hier om lesvormen die passen bij de huidige tijd en zo leerlingen kunnen boeien en binden. Echter, het onderwijs motiveert noch leerling, noch student, noch docent. Het rendement is laag en er is teveel uitval. Ook de positie van leraar/ docent is erg aan inflatie onderhevig. In de afgelopen twee decennia is de aandacht vooral komen te liggen op de organisatie van het onderwijs en de scholen zelf. Door de regeldrift in Den Haag is de positie, inbreng en een betere salariëring van de leraar vergeten en was er alleen oog voor management en efficiency.
Onderwijsinstellingen moeten beter op de markt aansluiten, meer innoveren en vooral inspelen op de behoefte van de (regionale) markt, zowel qua niveau als inhoud. Dit betekent dat het onderwijs meer aandacht moet besteden aan bètavakken, techniek, zorg en ondernemerschap. Onderwijsinstellingen kunnen als kennisaanjagers een essentiële rol spelen bij het versterken van de economische positie van ons land in Europa en in de wereld. Door het ontbreken van prestatieafspraken is dit nu te vrijblijvend, waardoor het voortgezet onderwijs als toeleverancier voor het hoger onderwijs en de toekomstige arbeidsmarkt dreigt weg te zakken. In het voortgezet onderwijs wordt het fundament gelegd van Nederland als kennisland. Het zou hierbij moeten gaan om een onderwijsvorm die maximaal tegemoet komt aan de verschillen in intelligentie, talent en inzet van de leerlingen. In een tijdperk van ‘een leven lang leren’ moet ons onderwijsbestel daarop toegesneden zijn. Naast het verzorgen van een uitstekende basisopleiding moet voortijdig schoolverlaten koste wat het kost, worden voorkomen. Het geheel overziend blijkt dat de politiek er de afgelopen jaren niet in geslaagd is om goed en professioneel onderwijs te garanderen. Het resultaat van de voortdurende vernieuwingen en bezuinigingen is dat de leerling steeds slechter is gaan lezen, rekenen en schrijven. Vernieuwingen werden door politici koste wat kost doorgedrukt en er werd geen rekening gehouden met wat de scholen zelf wilden. Ook het onderwijs moet meer de hand in eigen boezem steken, door sterker dan tot op heden aan te geven met welke opgelegde vernieuwingen zij niet uit de voeten kunnen, maar vooral ook door nog duidelijker aan te geven wat er wel nodig is om de leerlingen wel de startkwalificatie te geven die ze nodig hebben om succesvol door te kunnen stromen naar het beroepsonderwijs of de universiteit.
Verbeterpunten voortgezet onderwijs
* Minder zelfstandigheid leerlingen verwachten, strakke sturing geven * Meer bevoegdheid van scholen om zelf het onderwijs in te richten (het hoe), de politiek geeft het kader aan (het wat) * Snijden in managementlagen en bureaucratie door plafonds te stellen aan de middelen voor overhead en bureaucratie * Meer verdieping, aandacht voor feitenkennis en beroepsmatig kunnen communiceren (lezen, schrijven en spreken) in de diverse vakken * Meer aandacht voor bètavakken, techniek, zorg en ondernemerschap * Aansluiting met hoger onderwijs en arbeidsmarkt sterk verbeteren * Bereiken van een dynamische kenniseconomie door meer aandacht voor innovatie en ondernemerschap in het voortgezet onderwijs (ontwikkelen van ondernemende werknemers) * 1040-uren norm aanhouden en de leerlingen bewuster maken van de mogelijkheden om hun uren in te delen.
Probleemomschrijving/stelling (plaats een probleem of stelling waarop u een reactie wilt hebben; of reageer op een van de problemen of stellingen uit de reeds gefixeerde stukken)
1. Oplossing/reactie (gebruik argumenten en vermeld eventueel de bronnen die u gebruikt heeft. Indien u meerdere oplossingen of reacties wilt geven nummer deze dan door.)
2. Oplossing/reactie (gebruik argumenten en vermeld eventueel de bronnen die u gebruikt heeft. Indien u meerdere oplossingen of reacties wilt geven nummer deze dan door.)
Voorbeeld: Ik ben het niet eens met de stelling dat de 1040 uur norm moet worden aangehouden. 1. De 1040 uur norm zegt niets over de inhoudelijke kwaliteit van het onderwijs. De kwaliteit moet centraal staan, want (...)
Resultaten1. Er wordt veel gepraat over geld en lonen terwijl het beroep van docent niet om deze reden aantrekkelijk zou moeten worden. Er moeten zoals u ook noemt drastische maatregelen worden genomen, de onderwijsinstellingen kunnen niet langer aanmodderen! Hieronder een aantal zaken die ik op de agenda zou willen zetten:
* Afschaffen lumpsumfinanciering.
Er is geen controle waar dit geld uiteindelijk voor besteed wordt. Steeds meer belangrijke kosten worden ondergebracht in deze financiering (bijvoorbeeld de maatschappelijke stage) terwijl sommige organisaties helemaal nog niet meedoen met deze maatschappelijke stage.
* Opnieuw vaststellen jaarlijkse eindtermen.
Wat moeten scholieren (met name VMBO'ers ) nu eigenlijk allemaal weten aan het eind van de onderbouw? De eindtermen moeten bondig en concreet worden meegedeeld zodat ouders ook inzicht hebben in deze doelen.
Het zou op zich duidelijk zijn als per vak en per leerjaar de einddoelen centraal worden afgesproken. Maar in feite is dit al redelijk duidelijk, namelijk, deze leidraad is nu de methode. De uitgevers verdiepen zich hierin en de methode (het boek) geeft, compleet met proeftoetsen het niveau aan. Als er meer duidelijkheid wenselijk is, zou ik voorstellen dit eerst met uitgevers te bespreken.
MvdH
* Jaarlijkse orientatie toets (jaarexamen)
Het goed zijn om jaarlijks een landelijk vastgelegd examen af te leggen (digitale toetsen). Dit om te bepalen of een leerling zich nog op het juiste leerniveau bevind. De 'druk' is dan minder aan het einde van het voortgezet onderwijs en adviesbesprekingen worden overbodig. (Een adviesbespreking, waarin het niveau voor volgend schooljaar bepaald wordt, is nu een gevoel/mening zonder harde cijfers. "Ik heb het gevoel dat deze leerling wel TL niveau aan kan" is een voorbeeld van een advies.)
Hoewel er niets mis is met tussentijds toetsen, vraag ik mij het nut af. De capaciteit van een leerling verandert niet, tenzij er om wat voor reden dan ook een grote verandering in motivatie is. (dit hoeft niet altijd negatief te zijn, het kan ook buiten de schuld van de leerling liggen, b.v. als een ouder overlijdt). De CITO toets en gegevens die worden verzameld in de brugklassen dekken ruim 90% van de leerlingen met een goed advies. Er zijn echter ook bespreekgevallen. Dit is niet zozeer een gevoel van één persoon, maar een overweging die wordt gemaakt. Factoren die meewegen kunnen zijn: thuissituatie, motivatie en inzet van de leerling, leerstoornis(ADHD, NLD, PDD-NOS etc). Door deze factoren mee te wegen kan in een vergadering een advies voor een niveau hoger of lager worden uitgebracht. De toetsen die een leerling in het jaar maakt moet voldoende kunnen zeggen of deze leerling nog op het juiste niveau zit.
MVDH
* Opleiden van docenten die alle vakken weer kunnen en mogen geven.
Een docent begeleid 1 klas (maximaal 25 leerlingen, misschien zelfs minder). Op deze manier is de docent gelijk mentor en weet iedereen wie verantwoordelijk is. Na het 4e leerjaar (dit geld dus niet voor VMBO) zijn er weer vakdocenten die een 1e graad hebben in een specifiek vak, achter deze graad komt een cijfer met het niveau waarop zij les mogen geven. Een tweedegraad krijgt dan een cijfer er achter met het leerjaar waarin deze docent mag lesgeven (bijvoorbeeld 2e graad 3e leerjaar).
Niet eens met deze stelling: Er zijn een aantal argumenten te noemen waarom dit geen goed plan is. Ten eerste kan van een docent niet worden verwacht dat hij of zij in alle vakken les geeft. Wellicht kan een docent natuurkunde ook wiskunde geven, en een docent geschiedenis ook maatschappijleer. In de praktijk hebben docenten al dubbele bevoegdheden en zo mogelijk roostert een school al zo dat deze persoon de mentor is van een klas. Het is van een docent wiskunde niet te verwachten dat deze Frans, Duits of geschiedenis gaat geven. Buiten het feit dat de docent dan veel te breed moet les geven heeft de docent ook niet meer de mogelijkheid om parallelklassen te geven (dus bijvoorbeeld drie verschillende klassen van hetzelfde niveau). Door parallel les te geven wordt de last op de schouders van de docent enigszins verlicht omdat er minder voorbereidingswerk is. Door vaksecties met vakdocenten in de onderbouw is er ook ruimte om uitdagende projecten te organiseren. Hierbij kun je denken aan een taaldorp (leerlingen komen in een nagespeeld Frans dorpje en krijgen opdrachten), of een bètaproject (zoek de moorddader door middel van forensisch onderzoek). Het mogen duidelijk zijn dat docenten die alle of in elk geval veel meer vakken geven minder tijd en motivatie vinden een specifiek vak uit te dragen. Vakdocenten staan ver boven de stof waarin zij les geven. Het is dus niet nodig om te kijken in welk leerjaar hij of zij les mag geven. Bovendien, wie gaat dat controleren? Veel belangrijker is het dat een docent goed is in didaktiek en pedagogiek. De mentor is het centrale aanspreekpunt voor de klas en ouders. Door regelmatig kort met de vakdocenten te vergaderen is de mentor goed op de hoogte van wat er speelt in de klas. Wat echt belangrijk is, is dat de klassen niet te groot zijn. Denk aan max 30 voor H/V, 25 in VMBO-TL en 20 in de overige VMBO's (uitgaan van huidige schoolsysteem). In de bovenbouw afschaffen van keuzewerktijd (studiehuis) of in elk geval sterke beperking hiervan.
MvdH
* Toets jaarlijks docenten en school deze bij.
Er moeten in de toekomst docenten komen die binnen het voortgezet onderwijs hun carriere starten in de brugklas en zich op kunnen werken om les te geven in hogere leerjaren. Aan het einde van elk jaar wordt gekeken of een docent 'mee kan' naar het volgende leerjaar met zijn mentor klas, of dat er een andere mentor moet worden gezocht.
Niet eens met deze stelling: Niet alle vakken worden al in de brugklas gegeven. Duits en natuurkunde wordt vaak pas in de 2e gegeven, scheikunde pas in de 3e. Bovendien heeft elke leerlaag makkelijke en moeilijke punten voor een startend docent. Een docent in de brugklas hoeft vakinhoudelijk misschien niet op de tenen te lopen, maar moet heel goed opletten of de kinderen op het juiste niveau zitten. Gaan zij na de brugklas naar de Havo of het VWO? Een belangrijke taak die ervaring vereist! Dan bijvoorbeeld de derde klassen van het VMBO, dit zijn doorgaans de moeilijkste klassen als het gaat om orde houden. De leerlingen zijn 14-15 jaar en schoppen met maximale kracht tegen het "gezag". Deze docenten moeten dus het meest zelfverzekerd en daadkrachtig zijn, wat vaak weer wat ervaring vraagt. Je kunt ook les geven in de bovenbouw, neem als voorbeeld de examenklas van HAVO of VWO. Je moet als docent wat meer vakkennis hebben, hoewel aangenomen mag worden dat de docent sowieso boven de stof staat (!), maar het lesgeven op zich is weer gemakkelijker. De leerlingen zijn nu zelfstandiger en je hebt veel minder ordeproblemen. De conclusie is dan ook; Lesgeven is persoonsafhankelijk, de docent moet starten in de klassen waarin hij of zij (in de eerste instantie) het best past. In de jaren erna leert de docent voor hem/haar moeilijkere klassen.
MvdH
Absoluut eens met MvdH!
Als startend docent verblijdde de directie mij vorig jaar met een aantal VMBO klassen, derde leerjaar. Na een half jaar vertrok ik, volkomen afgebrand, uitgeput en ontgoocheld. Voor het geven van lessen in deze moeilijke klassen, zou een docent verplicht een aantal jaren ervaring moeten hebben in 'makkelijker' klassen. Het is verbazingwekkend dat zoveel directie en management op deze wijze omgaat met docenten. Het is een geweldige manier om het lerarentekort verder op te voeren. Leraren met jarenlange ervaring 'verwennen' met 'makkelijke' klassen is een slecht idee.
* stop de lumpsumfinanciering * stel (nieuwe) concrete eindtermen vast per leerjaar * toets jaarlijks het niveau met een (digitaal) jaarexamen * laat nieuwe docenten starten in de brugklas en school ze (verplicht) bij
1. Er wordt veel gepraat over geld en lonen terwijl het beroep van docent niet om deze reden aantrekkelijk zou moeten worden. Er moeten zoals u ook noemt drastische maatregelen worden genomen, de onderwijsinstellingen kunnen niet langer aanmodderen! Hieronder een aantal zaken die ik op de agenda zou willen zetten:
* Afschaffen lumpsumfinanciering.
Er is geen controle waar dit geld uiteindelijk voor besteed wordt. Steeds meer belangrijke kosten worden ondergebracht in deze financiering (bijvoorbeeld de maatschappelijke stage) terwijl sommige organisaties helemaal nog niet meedoen met deze maatschappelijke stage.
* Opnieuw vaststellen jaarlijkse eindtermen.
Wat moeten scholieren (met name VMBO'ers ) nu eigenlijk allemaal weten aan het eind van de onderbouw? De eindtermen moeten bondig en concreet worden meegedeeld zodat ouders ook inzicht hebben in deze doelen.
* Jaarlijkse orientatie toets (jaarexamen)
Het goed zijn om jaarlijks een landelijk vastgelegd examen af te leggen (digitale toetsen). Dit om te bepalen of een leerling zich nog op het juiste leerniveau bevind. De 'druk' is dan minder aan het einde van het voortgezet onderwijs en adviesbesprekingen worden overbodig. (Een adviesbespreking, waarin het niveau voor volgend schooljaar bepaald wordt, is nu een gevoel/mening zonder harde cijfers. "Ik heb het gevoel dat deze leerling wel TL niveau aan kan" is een voorbeeld van een advies.)
* Opleiden van docenten die alle vakken weer kunnen en mogen geven.
Een docent begeleid 1 klas (maximaal 25 leerlingen, misschien zelfs minder). Op deze manier is de docent gelijk mentor en weet iedereen wie verantwoordelijk is. Na het 4e leerjaar (dit geld dus niet voor VMBO) zijn er weer vakdocenten die een 1e graad hebben in een specifiek vak, achter deze graad komt een cijfer met het niveau waarop zij les mogen geven. Een tweedegraad krijgt dan een cijfer er achter met het leerjaar waarin deze docent mag lesgeven (bijvoorbeeld 2e graad 3e leerjaar).
* Toets jaarlijks docenten en school deze bij.
Er moeten in de toekomst docenten komen die binnen het voortgezet onderwijs hun carriere starten in de brugklas en zich op kunnen werken om les te geven in hogere leerjaren. Aan het einde van elk jaar wordt gekeken of een docent 'mee kan' naar het volgende leerjaar met zijn mentor klas, of dat er een andere mentor moet worden gezocht.
* stop de lumpsumfinanciering * stel (nieuwe) concrete eindtermen vast per leerjaar * toets jaarlijks het niveau met een (digitaal) jaarexamen * laat nieuwe docenten starten in de brugklas en school ze (verplicht) bij
1. Ik ben het eens met bovenstaande oplossingen, alleen mis ik nog het volgende:
Waarom niet ook de oude ambachtsscholen niet weer in ere herstellen?
Dit kan mijns insziens prima in plaats van het VMBO. Scholen waar de leerlingen weer echt een vak kunnen leren, gecombineerd met veel praktijkstages. Goede en ervaren vaklieden zoals stukadoors, metselaars, loodgieters, stratenmakers, maar ook bakkers, slagers, winkeleigenaren enz. zijn hard nodig om onze maatschappij draaiende te houden. Deze zogenoemde middenstanders vormer namenlijk wel de ruggengraat van onze economie.
2. Met veel van wat hier boven staat, ben ik het eens. Wat mij echter opvalt is dat men de neiging vertoont weer van alles in detail te regelen aan de inputzijde van het VMBO in plaast van zich te concentreren op de eindtermen en de scholen zelf zoveel mogelijk, maar wel in competitetief verband (prestatiebeloning op basisi van vergelijkende examens) te laten uitvinden hoe ze dat het beste kunnen doen. Verder lijkt mij beloning van prstaties van leerlingen van veel belang voor het stimuleren van de inzet en het beperken van de uitval.
3. Met het in ere herstellen van de Ambachts- en Nijverheidscholen doel ik niet op gedetailleerde regelingen. Ook hierbij kan je jaarlijkse eindtermen bepalen en het is aan de scholen zelf om te bepalen hoe ze er komen. Op het VMBO is er de laatste jaren enorm veel schooluitval en dit kan op deze manier wellicht opgelost worden. Leerlingen leren weer een echt vak, iets waar ze trots op kunnen zijn en in de toekomst hard nodig is. Aan alleen maar hoogopgeleide proferssoren heb je niets.
4. De 1040-uren norm kan ook gewoon blijven. Je moet leerlingen inderdaad beter bewust maken van tijdsindeling. Ze kunnen aan hun huiswerk gaan zitten, zodat ze na school meer tijd hebben voor vriendjes.
5. Het studiehuis moet weer opgeheven worden, dit heeft alleen maar ellende gebracht. Docenten zijn geen echte docenten meer, maar begeleiders en administratief medewerkers. Terug naar de echte vakken zoals natuurkunde en wiskunde etcetera in plaats van wiskunde 1 of biologie 2. Weer een docent voor de klas zoals het hoort.
6. Docenten weer alle vakken laten geven is voor het voortgezet onderwijs misschien te hoog gegrepen. Je zit met het niveauverschil. Rekenen en taal op de basisschool is toch wezenlijk anders dan Wiskunde en Nederlands op de middelbare school.
7. Docenten laten doorgroeien binnen de school door extra onderwijs is een prima idee. Zo ontstaat er meer doorstroming en heeft een leraar uit de brugklas een extra uitzicht op zijn/haar carriere. Namelijk doorgroeien naar de bovenbouw.
8. Ook binnen het voortgezet onderwijs zijn kleinere schoolomvang en kleinere klassen gewenst.Zodat een docent meer tijd heeft per leerling en dus zijn/haar kennis goed kan overbrengen.
9. Net zoals in het basisonderwijs kan ook in het voortgezet onderwijs de prestatiebeloning scholen een extra stimulans geven. en je haalt de slecht presterende scholen er beter uit.
10. Meer aandacht voor taalIk ben het eens dat er meer aandacht moet komen voor taal (lezen en schrijven). Het Nederlands is een mooie, maar moeilijke taal door alle veranderingen. En de opkomst van straattaal en SMS-taal doet geen goed aan de kennis der Nederlandse Taal.
11. Meer aandacht voor taal en wiskundeIk ben het eens dat er meer aandacht moet zijn voor taal en wiskunde. Het Engels is een internationale, niet al te moeilijke taal die al op de basisschool gegeven wordt. Omdat jongeren tegenwoordig zoveel contact met het Engels hebben, hebben ze vaak een redelijk taalgevoel ontwikkeld voor een buitenlandse taal! Dit unieke gegeven moeten we uitbuiten, nergens anders hebben de jongeren al zo goed uit zichzelf een tweede taal onder de knie. Daarom moeten er meer Engels lessen komen, maar ook vooral Engelse literatuur (die tot de wereldtop behoort) meer aandacht krijgen.
12. één landelijk examenEr is de laatste twee decennia een enorme diploma-inflatie opgetreden. Resultaten van leerlingen worden kunstmatig op peil gehouden om ervoor te zorgen dat scholen niet op een negatieve wijze in het nieuws komen. De vwo-diploma's van vandaag zijn vergelijkbaar met de havo-diploma's van twee decennia geleden. Het resultaat daarvan is dat er ook problemen ontstaan in het vervolgonderwijs. De oplossing hiervoor is eenvoudig: er komt één landelijk examen ter afsluiting van de middelbare schoolopleiding. Zo wordt bereikt dat scholen niet meer in de gelegenheid zijn om de resultaten te manipuleren. Slecht presterende scholen worden zo ook zichtbaar en zullen verplicht zijn om te werken aan de kwaliteit van het onderwijs. Resultaten
Er wordt veel gepraat over geld en lonen terwijl het beroep van docent niet om deze reden aantrekkelijk zou moeten worden. Er moeten zoals u ook noemt drastische maatregelen worden genomen, de onderwijsinstellingen kunnen niet langer aanmodderen! Hieronder een aantal zaken die ik op de agenda zou willen zetten:
* Afschaffen lumpsumfinanciering.
Er is geen controle waar dit geld uiteindelijk voor besteed wordt. Steeds meer belangrijke kosten worden ondergebracht in deze financiering (bijvoorbeeld de maatschappelijke stage) terwijl sommige organisaties helemaal nog niet meedoen met deze maatschappelijke stage.
* Opnieuw vaststellen jaarlijkse eindtermen.
Wat moeten scholieren (met name VMBO'ers ) nu eigenlijk allemaal weten aan het eind van de onderbouw? De eindtermen moeten bondig en concreet worden meegedeeld zodat ouders ook inzicht hebben in deze doelen.
* Jaarlijkse orientatie toets (jaarexamen)
Het goed zijn om jaarlijks een landelijk vastgelegd examen af te leggen (digitale toetsen). Dit om te bepalen of een leerling zich nog op het juiste leerniveau bevind. De 'druk' is dan minder aan het einde van het voortgezet onderwijs en adviesbesprekingen worden overbodig. (Een adviesbespreking, waarin het niveau voor volgend schooljaar bepaald wordt, is nu een gevoel/mening zonder harde cijfers. "Ik heb het gevoel dat deze leerling wel TL niveau aan kan" is een voorbeeld van een advies.)
* Opleiden van docenten die alle vakken weer kunnen en mogen geven.
Een docent begeleid 1 klas (maximaal 25 leerlingen, misschien zelfs minder). Op deze manier is de docent gelijk mentor en weet iedereen wie verantwoordelijk is. Na het 4e leerjaar (dit geld dus niet voor VMBO) zijn er weer vakdocenten die een 1e graad hebben in een specifiek vak, achter deze graad komt een cijfer met het niveau waarop zij les mogen geven. Een tweedegraad krijgt dan een cijfer er achter met het leerjaar waarin deze docent mag lesgeven (bijvoorbeeld 2e graad 3e leerjaar).
* Toets jaarlijks docenten en school deze bij.
Er moeten in de toekomst docenten komen die binnen het voortgezet onderwijs hun carriere starten in de brugklas en zich op kunnen werken om les te geven in hogere leerjaren. Aan het einde van elk jaar wordt gekeken of een docent 'mee kan' naar het volgende leerjaar met zijn mentor klas, of dat er een andere mentor moet worden gezocht.
* stop de lumpsumfinanciering * stel (nieuwe) concrete eindtermen vast per leerjaar * toets jaarlijks het niveau met een (digitaal) jaarexamen * laat nieuwe docenten starten in de brugklas en school ze (verplicht) bij
De Digitale generatie kloof
De jonge generatie, verwacht dat ze in het bedrijfsleven straks kan communiceren en informatie kan vinden zoals dat prive gebeurt. Dus via blogs, wiki's en allerhande open sociale netwerken. Ook het uitwerken van concepten, innovatief vanwege het multi-disciplinaire karakter van deze media, gebeurt steeds vaker op deze manier. In het bedrijfsleven wordt daar steeds vaker bewust op ingespeeld en worden dit soort media binnen bedrijven en tussen bedrijven steeds meer toegepast. Het uitwerken van de Trots op Nederland thema's, middels deze wiki, is hier trouwens een aardig voorbeeld van.
De digitale generatiekloof die er echter bestaat tussen leerlingen en ouders, en ook tussen leerlingen en leerkrachten is echter enorm. Leerkrachten zouden samen met hun leerlingen de communicatiemiddelen moeten gebruiken van vandaag de dag. Dat betekent dus niet alleen informatie en taken in een electronische leeromgeving plaatsen, maar daadwerkelijk zelf deze media gebruiken en volledig integreren in de manier van lesgeven.
Scholen zouden daarmee een grote rol kunnen spelen bij het helpen dichten van deze digitale generatiekloven. Voor leerkrachten betekent dat naast het eigen maken van web2.0 technologie, vooral een gedragsverandering richting "Leerkracht 2.0". Het is aan de overheid om de randvoorwaarden te scheppen en om te faciliteren. De urennorm: kwaliteit versus kwantiteit
Duizenden scholieren protesteerden een aantal maanden geleden tegen de 1040 urennorm. Vaak wordt vergeten dat niet alleen leerlingen, maar ook docenten en schoolbesturen de strikte handhaving van de urennorm lang niet altijd steunden. De consensus is opvallend. Slechts de Haagse politici hielden vol dat er niks aan de hand was: de norm moest en zou worden handgehaafd.
Kwaliteit van onderwijs wordt echter niet alleen bepaald door het aantal lesuren. Het aanbieden van voldoende lesuren is een belangrijke, maar niet voldoende voorwaarde om de kwaliteit te waarborgen. Andere factoren, zoals de kwaliteit van de docenten, de klasgrootte en de leerlingensamenstelling zijn ook bepalend voor de kwaliteit van het onderwijs. Is het niet wonderlijk dat veel scholen die beboet werden vanwege het aanbieden van te weinig uren uitstekende slagingspercentages konden presenteren?
Kwaliteit van onderwijs laat zich het beste meten via het rendement (slagingspercentages en andere voortgangstoetsen). Dit is ook het enige dat telt voor de economie. Wat is er mis met een school die uitstekende presteert maar net niet de urennorm haalt? De scholen zouden - mits de kwaliteit aantoonbaar goed blijft - juist meer vrijheid moeten hebben om het onderwijs naar eigen overtuiging in te richten.
De taak van de overheid is slechts het bewaken van de kwaliteit. De invulling van het lesprogramma is de taak van de scholen zelf. Zo ontstaat differentiatie, die ouders de mogelijkheid geeft om te kiezen voor een school die bij hun kinderen past. Gratis schoolboeken of toch niet?
In het huidige systeem worden schoolboeken vaak aangeschaft terwijl de stof uit die boeken maar ten dele behandeld wordt. Sommige boeken worden nagenoeg voor niets aangeschaft omdat leraren besluiten ander materiaal te gebruiken. Door scholen zelf verantwoordelijk te maken voor de aanschaf zullen zij eerder geneigd zijn om alleen de relevante boeken aan te schaffen.
Door een financiële prikkel in te bouwen zullen scholen (gezamenlijk) naar oplossingen in de IT sfeer gaan kijken. De tijd is rijp om over te stappen van boeken naar digitale leermiddelen. Vakken als geschiedenis, aardrijkskunde, biologie maar zelfs vakken als wis- natuur- en scheikunde worden een heel stuk boeiender bij het kijken naar (bewegende) beelden. Stop met het op termijn veel duurdere systeem aan slijtage onderhavige boeken. Digitale leermiddelen
Digitale leermiddelen moeten voor iedereen in Nederland gratis beschikbaar zijn. Veel mensen ontwikkelen op een latere leeftijd (vaak door werk) een belangstelling voor bepaalde vak-inhoudelijke kennis. Een land dat pretendeert te fungeren als kenniseconomie moet die kennis met een lage drempel beschikbaar stellen aan zijn inwoners. Is die slagingsnorm nu wel zo'n goed meetsysteem?
Kinderen die wat extra aandacht nodig hebben missen vaak een vangnet. Het is gemakkelijker voor een school om kinderen met een lager schooladvies weg te sturen dan (vaak eenmalig) een extra inspanning te verrichten om het kind voor dat onderwijs te behouden. Er moet daarom ook naar andere indicatoren gekeken worden om scholen te kwalificeren. Niveaugerelateerd-onderwijs op internaten
Aan de vele internaten die Nederland rijk is, zijn veelal VMBO-scholen gekoppeld. Leerlingen die, om wat voor reden dan ook, op een internaat belanden, zijn genoodzaakt lessen te volgen op VMBO-niveau. Sommige van deze jeugdigen hebben echter een veel hoger niveau en zullen door hun internaatsplaatsing niet een opleiding kunnen volgen die gerelateerd is aan hun capaciteiten. Wie heeft er nu meer deskundigheid in huis over onderwijs: de overheid of de scholen?
De overheid zou alleen de einddoelen van het onderwijs moeten aangeven, eventueel in samenwerking met het bedrijfsleven. Uitgangspunt moet zijn, dat scholen zelf de deskundigheid bezitten om leerlingen goed voor te bereiden op de examens of andere toetsingsmethodes.
Gratis boeken/lesmateriaal: Ontwikkeling van boeken en nieuwe lesmethodes kosten handenvol geld. Dat is het argument van de hoge prijs van boeken. Echter, ondanks de ontwikkeling van vele nieuwe leermethodes, zakt het gemiddelde nivo van schoolverlaters.
De schoolkosten voor een gemiddels gezin rijzen inmiddels de pan uit, het digitaliseren van kennis kan deze kosten vele malen lager maken.
Uitval: groot deel van het huidige onderwijs is voornamelijk theoretisch. Voor een deel van de leerlingen is dit een reden tot afhaken. Het voormalige leerlingwezen is voor deze leerlingen een uitkomst. Dit zou in een of andere vorm moeten terugkomen! Hierdoor zal er minder uitval van leerlingen zijn en hebben we straks weer genoeg loodgieters, automonteurs en andere techneuten. Voor dit soort beroepen worden nu vaak mensen uit het buitenland gehaald en dat willen we toch liever niet.....
Men is tegenwoordig te veel op de theorie gericht is. Daarom zou ik pleiten voor de herinvoering van het LEAO, LTS, LHNO enz. enz. Nederland schreeuwt om vakmensen en hands-on mensen
Werken met je handen is zo langzamerhand een onderwerp dat naar de taboesfeer is geschoven. Veel van de kinderen in het voortgezet onderwijs willen opgeleid worden voor banen in de kantoor of diensten sfeer, vaak gedreven door ambities van ouders. We hebben de "handjes" echter hard nodig en moeten die arbeid nu inkopen in het buitenland (o.a. Polen en andere nieuwe EU lidstaten).
* Vanuit macro-economisch perspektief kost die arbeid de Nederlandse staat miljarden. Geld vloeit weg naar andere staten en wordt niet meer in Nederland uitgegeven. * Niet alle kinderen zijn theoretisch georienteerd. Veel kinderen willen graag met hun handen werken. Een deel van de uitval komt mijns inziens omdat er geen passend vakgericht onderwijs geboden kan worden. * Nederland kampt met een imago-probleem voor wat betreft werken met je handen. Wat is er mis met beroep als ziekenverzorger, verpleegster, automonteur, timmerman, loodgieter, metselaar of elektricien?
Het is tijd om het tij te keren.
Voor een deel zit het probleem de beschikbaarheid van passend onderwijs. Zoals eerdere schrijvers al aangaven is het VMBO een ondoorzichtige brij met allerlei stromen geworden waarvan de toegevoegde waarde dubieus is.
Veel kinderen in de grensstreek gaan naar Belgie waar wel nog kwalitatief goed beroeps gericht onderwijs wordt gegeven. Bedrijven in de grensstreek op hun beurt zitten te springen om mensen die in Belgie beroepsonderwijs hebben gevolgd en een vak hebben geleerd. Waarom kunnen wij dat in Nederland zelf niet wat beter regelen?
Daarom: Herinvoeren van beroepsopleidingen.
* Godsdienst/Levensbeschouwing verplicht op speciale én openbare scholen
Zoals reeds bekend hebben de meeste openbare scholen weinig zin om Godsdienst of Levensbeschouwing in hun pakket te integreren omdat die rol volgens hen is weggelegd voor speciale vormen van onderwijs met bijvoorbeeld een Christelijke of Islamitische insteek. Echter, wat zwaar wordt onderkent is het belang van Godsdienstles in het voortgezet onderwijs op bijvoorbeeld het gebied van integratie en algemene kennis over het geloof en geloofsgeschiedenis. Voor ieder persoon zou het goed doen aan het respect voor elkanders geloof, maar dat niet alleen, ook mensen die van huis uit een negatieve indruk hebben op geloven die hier al eeuwenlang aanwezig zijn kunnen er zo meer kennis over vergaren en krijgen er daardoor een genuanceerde kijk op. De Godsdienstles moet zeker niet bedoelt zijn als een bekering (of welke andere vorm van opdringerigheid), maar als een bron van kennis zodat mensen elkaar misschien beter leren begrijpen. Daarbij is het belangrijk dat de leerlingen ethische stellingen krijgen voorgelegd waardoor ze ook in de zeer belangrijke discussies (over de actualiteiten) in dit land mee kunnen praten, omdat kinderen daar steeds minder mogelijkheid toe krijgen. Een landelijke invoering van Godsdienstlessen is daarom eigenlijk van groot belang.
* Beroepsopleidingen moeten aansluiten bij de vraag vanuit het bedrijfsleven. Een vaak gehoorde klacht vanuit het bedrijfsleven is: "we halen mensen binnen maar ze kunnen eigenlijk nog niet veel, we kunnen dan eigenlijk van voor af aan beginnen...". opleidingen moeten daarom aansluiten bij de behoefte van het bedrijfsleven. * Het uiteenrafelen van het ondoorzichtige VMBO systeem. * Via campagnes meer aandacht komen voor "werken met je handen" dat is niet vies of minderwaardig maar juist uitdagend afwisselend en leuk. Het is iets om trots op te zijn voor degene die het werk uitvoeren maar zeker ook voor de rest van Nederland.
De vroegere naamgeving LEAO, LTS, LHNO geeft meteen een negatieve lading aan dit type onderwijs. De "L" in al deze afkortingen wordt gezien als een gradatie, in dit geval de laagste gradatie, het laagste hokje om het zo maar te noemen. Veel kinderen (maar vooral ook ouders) willen niet geidentificeerd worden met een school type met "L". Het geeft een gevoel minder waardig te zijn. Beter zou zijn om een passender naam te kiezen (technische-) vakschool, detailhandelschool, biologische school etc. Daarmee is al een deel van het imago probleem opgelost.
Wat betreft het verhaal over het "met de handen werken", daar ben ik het mee eens. In mijn eerste bijdrage heb ik de discussie proberen aan te zwengelen met de vraag of herinvoeren van de oude ambachts- en nijverheidsscholen weer een goed idee zou zijn, bijv in plaats van het VMBO. Teruggeplaatst van "http://wiki.trotsopnederland.com/wiki/Thema%27s:Voortgezet_onderwijs" Aspecten/acties
