Thema's:Basisonderwijs
Uit Trotsopnederland
Basisonderwijs (geconsolideerde versie)
Iedereen die in Nederland in het basisonderwijs werkzaam is, heeft de laatste decennia ondervonden hoe enerzijds de werkdruk is toegenomen, terwijl anderzijds de maatschappelijke en financi‰le waardering zijn afgenomen. Met de presentatie van het rapport van Commissie Parlementair Onderzoek Onderwijsvernieuwingen (Commissie Dijsselbloem) zijn nog tal van andere problemen in het onderwijs benoemd. In deze korte inleiding kunnen uiteraard niet alle problemen worden besproken en moeten we volstaan met het aanstippen van een aantal kwesties. Zo is bijvoorbeeld een van de oorzaken voor de verzwaring van de werkdruk het project ?Weer Samen Naar School? (WSNS), waarbij leerlingen die in het verleden naar het speciaal onderwijs zouden zijn gegaan, in het regulier onderwijs worden gehouden. Dit heeft ertoe geleid dat een leerkracht soms meerdere leerlingen in de klas heeft die een gedragsstoornis en/of leerstoornis hebben. Uit onderzoek van de LCTI (Landelijke Commissie Toezicht Indicatiestelling) bleek in december 2006 dat het aantal leerlingen met gedragsstoornissen, ontwikkelingsstoornissen en een psychiatrische problematiek (cluster 4) zeer hard groeide. Het WSNS heeft ervoor gezorgd dat ouders de zorg voor hun leerlingen steeds meer in het regulier onderwijs zijn gaan zoeken (LCTI, 2006). De gelden van WSNS-leerlingen, die de ouders krijgen in de vorm van een PGB (persoonsgebonden budget), worden besteed aan externe begeleiding. Zo krijgt een leerkracht observaties van casemanagers, die de leerkracht adviezen geven. Doordat er externe organisaties betrokken zijn bij deze leerlingen, wordt het geld van het PGB niet gebruikt om de klassen te verkleinen of extra hulp in de klas voor de leerkracht te regelen, maar om deze externe organisaties te betalen en/of extra begeleiding thuis te regelen. Het is voor ouders mogelijk een PGB aan te vragen, dan worden ouders ?werkgever? van een begeleider van hun kind. Het is niet de bedoeling dat de PGB gelden ingezet worden door de school. Wel kan er bijvoorbeeld huiswerkondersteuning van ingekocht worden. Over toekomstige ontwikkelingen op dit punt geeft de site: www.passendonderwijs.nl veel informatie. Een van de effecten van het feit dat basisschoolleerkrachten er de laatste jaren financieel op achteruit zijn gegaan en de werkdruk hoger is geworden, is dat de kwaliteit van het basisonderwijs onder druk is komen te staan en dat de instroom van nieuwe leerkrachten stagneert omdat het beroep minder aantrekkelijk is geworden. Het belang van goed basisonderwijs ligt voor de hand. Immers wordt hier het fundament gelegd onder de gehele schoolcarriŠre van iedere Nederlander. Kwalitatief hoogwaardig basisonderwijs is niet alleen in het belang van iedere individuele leerling, maar is ook van essentieel belang als we serieus werk willen maken van onze kenniseconomie. Om de discussie over de thema?s die spelen in het basisonderwijs op gang te brengen, volgen hierna een aantal - soms prikkelende - stellingen:
- De nadelen die kleven aan het project Weer Samen naar School voor leerlingen zonder indicatie en leerkrachten zijn te groot in verhouding tot de voordelen. Het project moet dan ook worden stopgezet. Leerlingen met een indicatie moeten worden opgevangen in het Speciaal onderwijs.
- Het aantal leerlingen per klas moet worden gemaximeerd op 25.
- De salarissen van leerkrachten in het basisonderwijs moeten gelijk worden getrokken aan ??.?
- Er moet een maximum vestigingsomvang van 400 leerlingen komen; de schaalvergroting moet worden teruggedraaid.
- Het PGB (persoonsgebonden budget) moet net als de Leerling Gebonden Financiering (LGF of ?rugzakje?) op school worden ingezet en niet voor externe begeleiding.
- Hoofdrekenen, taalbeheersing en kennis van de geschiedenis moeten topprioriteit krijgen.
- Er moet minder variatie in het lespakket komen.
- Een van de aanbevelingen van de Commissie Dijsselbloem is dat de overheid een toetsingskader of meetinstrument moet ontwikkelen om de kwaliteit van het onderwijs te meten en te bewaken. Dit is een positieve ontwikkeling en dit toetsingskader moet dan ook al in 2008 gereed en met ingang van het schooljaar 2008-2009 operationeel zijn!
- Scholen moeten verplicht worden om hun leerlingen te laten deelnemen aan de CITO-eindtoets.
Hiervoor zijn slechts enkele thema?s opgenomen waarover we uw mening graag horen, maar er zijn er talloze die voor het basisonderwijs van belang zijn. U kunt denken aan: bouwvoorschriften, rechtspositie van leerkrachten, buitenschoolse opvang, onderwijsmethoden, medezeggenschap, eindtermen, schoolvakken en de internationalisering. De redactie wenst u een vruchtbare discussie toe.
Modelreactie
Om de discussie enigszins gestructureerd te kunnen voeren, maar vooral ook om een vlotte verwerking van uw inbreng mogelijk te maken, verzoeken we u vriendelijk om zoveel mogelijk het onderstaande model te volgen.
Probleemomschrijving/stelling (plaats een probleem of stelling waarop u een reactie wilt hebben; of reageer op een van de problemen of stellingen uit de reeds gefixeerde stukken)
1. Oplossing/reactie (gebruik argumenten en vermeld eventueel de bronnen die u gebruikt heeft. Indien u meerdere oplossingen of reacties wilt geven nummer deze dan door.)
2. Oplossing/reactie (gebruik argumenten en vermeld eventueel de bronnen die u gebruikt heeft. Indien u meerdere oplossingen of reacties wilt geven nummer deze dan door.)
Voorbeeld: Ik ben het niet eens met de stelling dat scholen verplicht moeten worden om hun leerlingen te laten deelnemen aan de CITO-eindtoets.
1. Scholen moet de keuze hebben om hun leerlingen te laten deelnemen aan de CITO-eindtoets, omdat de uitkomsten van de CITO-eindtoets niet representatief zijn voor de prestaties van leerlingen. De leraar die jarenlang de begeleiding heeft verzorgd is veel beter in staat om een verantwoorde afweging te maken in goed overleg met de ouders.
Resultaten
1. Extra leerkrachten Het zou goed zijn om scholen een leerkracht extra te geven, voor de invalwerkzaamheden, extra taken, begeleiding e.d. Nooit paniek als er plotseling iemand ziek is, altijd een ingewerkte leerkracht en scholen hebben vaak veel verloop zodat er ook een ingewerkt iemand klaar staat bij verloop.
2. Salarisverschillen op basis van locatie van de school Het zou goed zijn om salarisverschil te bieden tussen werken in de grote stad, op scholen in sociaal mindere wijken met veel problemen ten opzichte van het werken op scholen in betere wijken met relatief minder problemen. Nu zie je ook vaak dat leerkrachten op de moeilijkste scholen hun carriere moeten beginnen, daar is de meeste werkgelegenheid. Veel leerkrachten haken af en proberen zo snel mogelijk naar een relatief makkelijkere school te komen. Hierdoor is er op de moeilijk school veel verloop en staan er veel onervaren leerkrachten. Leraren met ervaring hebben een goede plek gevonden en zetten hun ervaring niet in op de plekken waar dat hard nodig zijn. Mogelijkheden om te rouleren, tijdelijk moeilijkere scholen te helpen of in deeltijd op een moelijkere school te werken zouden voor een betere verdeling van kennis en ervaring kunnen zorgen. Dit gecombineerde met een betere beloning als je op een zwaardere plek werkt. Alleen een betere beloning is niet genoeg, mensen moeten de zekerheid hebben, na verloop van tijd, terug te mogen naar hun rustigere werkplek.
3. Gymbevoegdheid leerkrachten Steeds meer leerkrachten hebben geen gymbevoegdheid. Dat was overheidsbeleid om de opleiding sneller en goedkoper te laten verlopen. Nu moeten leerkrachten achteraf in twee jaar een bevoegheid halen. Velen doen dit niet of willen dit niet. Er waren gymleerkrachten beloofd. Alsnog voor gymleerkrachten zorgen, zij geven ook beter voorbereid les en zeker in kader overgewicht e.d. is dit hard nodig.
4. Eigen vermogen van de scholen Scholen hebben een heel scheef verdeeld eigen vermogen, zij mogen dit naar eigen keuze besteden of bewaren. Als alle besturen verplicht tot een bepaald bedrag hun eigen vermogen moeten investeren in de scholen zou dat een impuls voor het onderwijs zijn. Wel zou het tot scheve verhouding leiden omdat het ene bestuur door vroegere situaties veel meer heeft dan het andere bestuur. Geld laten inleveren en verdelen naar rato van het aantal leerlingen per school, met de verplichting het binnen een jaar te investeren in leermiddelen.
5. Fusies De gefuseerde scholen blijken vaak geen verbeteringen op te leveren. Er wordt veel vergaderd, maar gezamenlijk inkopen en kennis delen komt vaak pas op de tweede plaats. Als fusies geen positieve effecten hebben, draai ze dan terug. Het zorgt alleen voor meer managementfuncties en zorgt niet voor meer mensen voor de klas.
6. Verplichte invoering CITO wereldori‰ntatie en techniek De meeste scholen zijn overtuigd van de vakken rekenen en taal, maar andere vakken worden niet altijd overtuigend gegeven. Daarom ook de CITO wereldori‰ntatie en techniek verplicht invoeren.
7. Uitbreiding bevoegdheid onderwijsassistentes De bevoegdheid van onderwijsassistentes zou uitgebreid moeten worden zodat de docent zich primair bezig kan houden met het overdragen van zijn kennis.
8. Respect en gezag Vervelende kinderen die het verpesten voor anderen moeten beter gecorrigeerd worden, niet alleen in de klas maar ook daarbuiten waar mogelijk door de ouders. Bij (ernstige) misdragingen moeten ouders ge‹nformeerd en mogelijk gesanctioneerd worden. Lijfstraffen zijn uiteraard niet toegestaan.
9. Verschillende niveaus; verschillende scholen Het idee om alle kinderen gelijke kansen te geven is een mooi streven. Echter in de praktijk werkt het niet. Wij zijn niet allemaal gelijk. Er zijn vele verschillen. En dat kan beter zo blijven. Iedere ouder wil voor zijn kind het beste. Maar wat hebben we aan allemaal professoren als er getimmerd moet worden! Nee iedereen moet op zijn of haar niveau kunnen ontwikkelen. Dat wil niet zeggen we gooien alles bij elkaar in een grote school en geven individueel wat de leerling nodig heeft. Dit streven is totaal zinloos. De goede leerling gaat achter lopen want die wordt niet meer gestimuleerd, en de slechte leerling kan het niet volgen. Laat alle kinderen weer naar een school gaan speciaal geschikt voor hun niveau, zoals het vroeger was. Iedereen is dan tevreden en kan het niveau aan en wordt weer gestimuleerd. Kost ook minder en is overzichtelijk. Het is voor de leerkracht te doen en maakt het werken weer leuk.
10. Scholen voor speciaal onderwijs blijven nodig Elk kind verdient een kans om zich op zijn of haar manier te ontwikkelen. Maar ook ik ben van mening dat niet elk kind gelijk is. Daarom zijn scholen voor Speciaal Onderwijs ook nog steeds hard nodig. Leerlingen die speciaal onderwijs nodig hebben kan je niet zomaar op regulier onderwijs doen, omdat hier de andere kinderen onder kunnen gaan lijden.
11. Lezen, rekenen en schrijven vormen de basis Op de basisschool is het verder van belang dat kinderen de basis aangeleerd krijgen. Ze moeten goed leren rekenen (en dan niet met een rekenmachine, maar ouderwets de tafels, breuken enz.) lezen en schrijven. En daarnaast kunnen globaal wat andere vakken worden gegeven.
12. Cito-toetsen niet zaligmakend De landelijke CITO-toets is in principe goed. Echter moeten we er wel rekening mee houden dat het een momentopname is en ik vind dat je er niet alles aan op moet hangen. Je kan aan de rapporten over het hele jaar al een goede indruk krijgen van het niveau dat een kind heeft, de CITO-toets moet niet doorslaggevend zijn. Beter zou zijn om bijvoorbeeld meerdere toetsen te geven in plaats van een en aan het eind een gemiddelde nemen. Zo krijg je een veel beter beeld.
13. Scholen beslissen zelf over inrichten onderwijs Maar feit blijft wel dat je de scholen zelf moet laten beslissen hoe ze hun onderwijs inrichten. Aan het einde van het jaar moeten bepaalde einddoelen zijn gehaald en op welke manier een school deze behaald maakt niet uit, er zijn meerder wegen naar Rome.
14. Kleinere scholen en klassen Kleinere scholen en kleinere klassen. Zo kan een leraar of lerares beter de orde handhaven en is er ook meer tijd om leerlingen te begeleiden. Er ontstaat zo een hechtere band met de leerling en zijn of haar ouders, hetgeen meer vertrouwen geeft.
15. Landelijke jaartoetsen Het verdient aanbeveling om landelijke jaartoetsen te houden. Daarmee kan de voortgang van de leerlingen worden vastgesteld en kunnen slechte scholen worden ge‹dentificeerd. Slecht is dan niet een laag gemiddeld niveau, maar een laag niveau van vooruitgang.
16. Prestatiebeloning Zo'n jaar toetssysteem maakt ook prestatiebeloning mogelijk. Dat werkt beter dan een klakkeloze salarisverhoging. Niettemin zou een eenmalige verhoging, net zoals die in het middelbaar onderwijs nu gaat plaatsvinden, wel stimulerend kunnen zijn voor de aantrekkelijkheid van het onderwijzerschap. Daarbij is het overwegen waard om ook leerlingen die goed presteren (in termen van vooruitgang) te belonen. Dat zou ook wel eens wonderen kunnen doen op de PABO's.
17. Prestatiebeloning op basis van jaarexamens Een systeem van prestatiebeloning op basis van jaarexamens maakt voorschriften over schoolomvang en lesmethoden, grotendeels overbodig. Hoe scholen goede prestaties weten te bewerkstelligen is in principe niet van belang, als ze het maar doen. Niettemin zullen scholen met zo'n systeem veel meer bereid zijn te leren van het hoe en waarom van het succes van andere scholen, met vooruitgang over de hele linie als gevolg. Scholen die ver onder de maat scoren zullen grotendeels vanzelf ter ziele gaan bij gebrek aan geld en leerlingen.
18. Aardijkskunde als een van de belangrijkste vakken Bij de opsomming van belangrijkste vakken ontbreekt aardrijkskunde. Aardrijkskunde (of heet dat wereldori‰ntatie tegenwoordig?) is ook belangrijk als ruimtelijk referentiekader van geschiedenis.
19. Meer vakleerkrachten in de bovenbouw Overweging verdient om in het lager onderwijs in de bovenbouw meer vakleerkrachten in te zetten. Te veel leerkrachten zijn immers zelf niet capabel genoeg.
20. Meer onderwijs per computer Ook in het basisonderwijs wordt nog steeds veel te weinig gebruik gemaakt van onderwijs per computer.
21. Computer blijft hulpmiddel Moderne ICT technieken moeten gecombineerd worden met gepassioneerde docenten die op vrije en inspirerende wijze kennis overdragen aan de leerlingen. Een computer mag hierbij slechts hulpmiddel zijn en mag nimmer iets worden waarachter een docent zich kan verschuilen.
22. WSNS-problemen Het project "Weer samen naar school" is overduidelijk verzonnen door mensen die zelf geen "bijzondere" kinderen hebben. Naast de problemen die het met zich meebrengt omdat een leraar/lerares op de basisschool geen speciale training heeft gehad om bijzondere kinderen te helpen en de externe expertise bureaus meer geldkloppers dan experts zijn wil je als ouder van zo'n bijzonder kind ook niet dat je kind het "lastige kindje" uit de klas is, alle extra aandacht van de docent opslokt, met hangen en wurgen mee kan komen om daarnaast toch het pispaaltje van de klas is. Ook al kun je deze kinderen met heel veel pijn en moeite mee krijgen op een laag niveau, zijn kinderen hard en zullen alle pesterijtjes ook deze kinderen ten deel vallen omdat ze vaak op sociaal gebied de nodige problemen hebben.
23. Investering in PABO's Er moet ook meer ge‹nvesteerd gaan worden in de PABO's. Berichten dat PABO-studenten slechter rekenen dan een kind uit groep 8 is onbegrijpelijk. Beter opleidingen aan de PABO geeft betere leraren op onze basisscholen en op deze manier verbetert automatisch ook de kwaliteit van het basisonderwijs.
24. Investering in afname werkdruk naast salarisverhoging en doorgroeimogelijkheden Salarisverhogingen alleen maken niet dat het vak van leraar leuker wordt. De combinatie met betere doorgroeimogelijkheden zoals nu ook gepland staat, is al wat beter. Maar daarnaast moet ook ge‹nvesteerd worden in afname van de werkdruk. En mede ook hierom zijn voorschriften over de omvang van de school en klassen nodig. Kleinere scholen en kleinere klassen geeft een lagere werkdruk en dus heeft de leraar meer tijd om te doen waar hij/zij voor opgeleid is en leuk vind, namelijk les geven.
25. Confessioneel onderwijs leidt tot problemen Een groot probleem in het basisonderwijs is, dat er onderscheid wordt gemaakt tussen godsdiensten. Hierdoor ontstaan moslim scholen, katholieke scholen, gereformeerde scholen enz. Waarom nou niet gemengde scholen die geen les geven in godsdienst, dat hoort een taak te zijn van de ouders en de kerk, synagoge of moskee (voor bv 1 middag in de week). Voordeel van deze gemengde scholen is, is dat kinderen van jongs af aan omgaan met de religie en de cultuur van hun vriendjes en vriendinnetjes. Op latere leeftijd krijgen ze hierdoor veel meer respect voor elkaar en kunnen beter met elkaar omgaan. In een land als Maleisi‰ waar veel religies naast elkaar leven (Moslims, christenen, hindoes, boeddhisten), gaat dit prima. Tevens hoeft de leraar geen godsdienst te geven en heeft dan tijd over om ander werkzaamheden te verrichten.
26. Respect en gezag Om het respect voor elkaar en het gezag voor de leerkracht weer terug te brengen in de scholen, zou de invoering van een schooluniform voor leerlingen en leerkrachten een goed instrument kunnen zijn. Hiermee wordt de gelijkheid en saamhorigheid benadrukt. Verschillen in sociale afkomst, de plek die de ouders innemen op de maatschappelijke ladder, zouden hierdoor wegvallen. Veel ouders geven immers hun laatste geld uit aan merkschoenen/ -kleding, om de kinderen maar niet buitengesloten te laten voelen op school. Hierdoor ontstaan er in bepaalde gezinnen weer andersoortige problemen, meestal van financi‰le aard.
27. Afschaffing van bijzonder confessioneel basisonderwijs Afschaffing van het bijzonder confessioneel basisonderwijs zoals onder 25 al aangegeven. Deze vormen van onderwijs hebben een splijtende werking op de maatschappij, en dat zal, mijns inziens, in de nabije toekomst alleen nog maar toenemen. Seculier basisonderwijs lijkt mij de beste oplossing, dat wil zeggen dat er een vorm van basisonderwijs zou moeten komen, waarin alle basisschoolleerlingen aan deelnemen. Religie is, in mijn ogen,een vorm van indoctrinatie. Een kind zou pas op latere leeftijd een religieus pad moeten inslaan, wanneer hij/zij reeds kennisgenomen heeft van alle soorten religies.
28. Afschaffing bij bijzonder confessioneel basisonderwijs bevordert integratie Een aanvulling op de punten 25 en 27: Alle onderwijs wordt bij voorkeur openbaar onderwijs, daardoor ontstaat een schoolsysteem waar iedereen zich thuis voelt, niet gelovig, Christen, Joods of Moslim. Zo'n systeem heeft dan de volgende voordelen:
- Transparante bestuursvorm.
- Geen toelating / afwijzing op basis van religie.
- Iedereen kan zich identificeren met de uitgangspunten van een school.
- Bevordering van integratie.
- Voorkomen van de zgn. zwarte scholen.
In plaats van de godsdienst les moet er plaats worden gemaakt voor maatschappelijke onderwerpen (geen zware onderwerpen maar luchtig zoals jeugdjournaal), het bijbrengen van waarden en normen, en kennismaking met andere godsdiensten.
29. Wel ruimte voor algemeen bijzonder onderwijs In het huidige systeem van bijzonder onderwijs kennen we confessioneel bijzonder onderwijs en algemeen bijzonder onderwijs. Bij een wijziging zoals voorgesteld in de punten 25, 27 en 28 waarbij het confessionele bijzonder onderwijs verdwijnt, blijft wel ruimte voor het algemeen bijzonder onderwijs (Daltononderwijs, Freinetonderwijs, Iederwijs, Jenaplan, Montessorionderwijs etc.). Er moet echter een veel striktere controle op de prestaties van deze scholen plaats vinden. Kinderen mogen bij doorstroming in het voortgezet onderwijs geen hinder ondervinden van een schoolkeuze in het basisonderwijs.
30. Verplichte publicatie van een openbaar jaarverslag voor basisscholen Alle scholen publiceren een openbaar jaarverslag met daarin de doelstellingen en resultaten van de afgelopen periode (kwalitatieve en financiele paragraaf) en leggen daarbij ook de doelstellingen voor de komende periode vast.
31. Leerkrachten dienen Nederlandse normen en waarden te onderschrijven Hoe we het wenden of keren, onze samenleving is in de afgelopen decennia drastisch veranderd. Nederland is multi-cultureel geworden alhoewel dat voor veel mensen nog niet vanzelfsprekend is. Daarom: met een hoofddoek voor de klas, ok. We boordelen onderwijzers op hun onderwijskwaliteiten, niet op religieuze kenmerken. Een kanttekening: de hoofddoek mag het gezicht of de hals niet bedekken. De burka en andere gezichtsbedekkende doeken blijven dan ook uit den boze. Voorop in deze discussie staat dat iedere Nederlandse onderwijzer de waarden en normen van de Nederlandse samenleving respecteert. Het afwijzen van de Nederlands normen en waarden zoals die vastgelegd zijn in de grondwet is niet acceptabel en moet worden bestreden.
32. Schooluniformen Ook ik ben het eens met het invoeren van schooluniformen. Dit hoeven niet die saaie en ouderwetse uniformen te zijn zoals in Engeland, maar kan in een modern jasje worden gestoken. Bijvoorbeeld een leuke sweater of shirt met nette (spijker)broek of voor de dames een rok eronder. Dat hiermee de eigen identiteit van het kind verloren gaat is mijns insziens onzin. Je identiteit word niet door je kleding bepaald. Zoals een ontwerper het gisteren in het programma kamervragen al aangaf, dan zou je identiteit een "gekochte" identiteit zijn.
33. Bij openbaar onderwijs horen geen religieuze uitingen Ook ik ben voor het invoeren van uitsluitend openbaar onderwijs. Laat het stuk godsdienst maar over aan ouders of de kerk/moskee. Dit is echter niet te combineren met het accepteren van een docent met een hoofddoek voor de klas. Als wij besluiten om alleen openbaar onderwijs in te voeren dan moet je ook alle duidelijk aanwezige religieuze uitingen hierbij weglaten. Dit geld voor de hoofddoek, maar ook keppeltjes, kruizen et cetera. Openbaar onderwijs moet dan neutraal zijn om zo de gelijkheid van iedereen uit te dragen.
34. Garanderen neutraliteit m.b.t. religie Deze nieuwe vorm van basisonderwijs zou haar neutraliteit met betrekking tot religie moeten garanderen. Hierin is geen plaats voor keppeltjes, kruizen en hoofddoeken. Een schooluniform, voor meisjes een rok, zou ook moeten gelden voor islamitische medeburgers. Punt 29, het behouden van algemene bijzondere vormen van basisonderwijs (Daltononderwijs, Freinetonderwijs, Iederwijs, Jenaplan, Montessorionderwijs etc.) is een goed idee. Een striktere toetsing ook. Echter ook binnen deze vormen van basisonderwijs zou de neutraliteit m.b.t. religie gegarandeerd moeten worden. Dit geldt zowel voor de leerlingen als de docenten, evenals voor andere medewerkers binnen deze scholen.
35. Geen jaarverslag, maar beoordeling door de schoolinspectie Wat is het nut van punt 30? De resultaten moeten door de schoolinspectie bekeken worden. Hier hoeft geen jaarverslag met doelstellingen enz bij, dan zou een school met slechte resultaten maar een goed gefabriceerd verhaal niet op de vingers getikt worden.
36. Geen schooluniformen Ik ben geen fan van schooluniformen. Als kinderen elkaar willen pesten doen ze dat toch wel. Is het niet omdat iemand geen merkkleding draagt, dan wel omdat zijn neus te groot is. En als er dan toch een schooluniform moet komen, waarom verplicht een rok voor de meisjes? Als die ook een spijkerbroek willen dragen is toch niets mis mee? Wat mij betreft mogen de jongentjes ook in een rok rondlopen als ze dat willen.
37. Topprioriteit voor hoofdrekenen, taalbeheersing en kennis van de geschiedenis Hoofdrekenen, taalbeheersing en kennis van de geschiedenis moeten topprioriteit krijgen. Op de basisschool worden deze vaardigheden prima aangeleerd. Het is juist op de middelbare school dat een groot deel wordt vergeten. Bij elke wiskunde toets mag je tegenwoordig een rekenmachine gebruiken, en spelfouten tellen niet mee bij een toets biologie. Wat w‚l aangepakt moet worden is het handschrift van kinderen. Iedereen mag best zijn eigen stijl hebben, maar het is niet de bedoeling dat een kind in groep acht zijn (het zijn meestal jongens) eigen handschrift niet meer kan lezen.
38. Schooluniformen bevorderen saamhorigheid en onderstrepen gelijkheid Als reactie op punt 36. Het invoeren van schooluniformen is niet alleen een instrument om pesten tegen te gaan. Het is ook om de gelijkheid te onderstrepen en de saamhorigheid te bevorderen, tevens hoeven de minder draagkrachtige gezinnen geen dure uitgaven te verrichten in het aanschaffen van merkkleding voor hun kinderen.
39. Schaalvergroting heeft negatief effect gehad De schaalvergroting heeft een negatief effect gehad. De aandacht voor de leerlingen is tegenwoordig een stuk minder dan voorheen. Verder ben ik wel voor afschaffing van de vrije woensdagmiddag. Deze middag kan eens in de twee weken gebruikt worden voor activiteiten die betrekking hebben op de natuur en ontwikkeling van respect voor dieren. De andere woensdagmiddag kan men besteden aan theater/cultuur.
40. Ieder kind op een school van zijn eigen niveau Het idee om alle kinderen gelijke kansen te geven is een mooi streven. Echter in de praktijk werkt het niet. Wij zijn niet allemaal gelijk. Er zijn vele verschillen. En dat kan beter zo blijven. Iedere ouder wil voor zijn kind het beste. Maar wat hebben we aan allemaal professoren als er getimmerd moet worden! Nee iedereen moet op zijn of haar niveau kunnen ontwikkelen. dat wil niet zeggen we gooien alles bij elkaar in een grote school en geven individueel wat de leerling nodig heeft. Dit streven is totaal zinloos. De goede leerling gaat achter lopen want die wordt niet meer gestimuleerd, en de slechte leerling kan het niet volgen. Laat alle kinderen weer naar een school gaan speciaal geschikt voor hun niveau, zoals het vroeger was. Iedereen is dan tevreden en kan het niveau aan en wordt weer gestimuleerd. Kost ook minder en is overzichtelijk. het is voor de leerkracht te doen en maakt het werken weer leuk.
41. Scholen voor speciaal onderwijs nog hard nodig Elk kind verdient een kans om zich op zijn of haar manier te ontwikkelen. Maar ook ik ben van mening dat niet elk kind gelijk is. Daarom zijn scholen voor Speciaal Onderwijs ook nog steeds hard nodig. Leerlingen die speciaal onderwijs nodig hebben kan je niet zomaar op regulier onderwijs doen, omdat hier de andere kinderen onder kunnen gaan lijden.
42. Rekenen, lezen en schrijven vormen de basis Op de basisschool is het verder van belang dat kinderen de basis aangeleerd krijgen. Ze moeten goed leren rekenen (en dan niet met een rekenmachine, maar ouderwets de tafels, breuken enz.) lezen en schrijven. En daarnaast kan globaal wat andere vakken worden gegeven.
43. CITO-toetsen zijn niet doorslaggevend De landelijke CITO-toets is in principe goed echter moeten we er wel rekening mee houden dat het een momentopname is en ik vind dat je er niet alles aan op moet hangen. Je kan aan de rapporten over het hele jaar al een goede indruk krijgen over het niveau dat een kind heeft, de CITO-toets moet niet doorslaggevend zijn. Beter zou zijn om bijvoorbeeld meerdere toetsen te geven in plaats van een en aan het eind een gemiddelde nemen. Zo krijg je een veel beter beeld.
44. Kleinere scholen zorgen voor meer aandacht en orde Als laatste ben ook ik voor kleinere scholen en kleinere klassen. Zo kan een leraar of lerares beter de orde handhaven en is er ook meer tijd om leerlingen te begeleiden. Er ontstaat zo een hechtere band met de leerling en zijn of haar ouders wat meer vertrouwen geeft.
45. Wie is verantwoordelijk voor het verbeteren van door de onderwijsinspectie gesignaleerde problemen De schoolinspectie heeft als taak het toetsen van scholen, zij doen dit op basis van kwaliteitscriteria. Niets mis met dit proces (de criteria kunnen nog punt van discussie zijn maar laten we dat even buiten beschouwing laten). Mijn vraag en ik denk die van veel ouders is "wie is er nu verantwoordelijk voor het oplossen van knelpunten die geconstateerd worden door de schoolinspectie?". Dit is niet de schoolinspectie toch? Zij signaleren alleen maar. De minister dan? De provincie? Gemeentes? Of... moet een schoolbestuur niet een duidelijke reactie geven op een rapport van de inspectie met daarin: "we hebben slecht gescoord op de volgende punten...en stellen voor om de volgende verbeteringen door te voeren....". Heldere taal met toetsbare criteria richting de ouders van kinderen op die school. Nu is het zo'n beetje vrijheid blijheid.
46. Financi‰le verantwoordingsplicht basisscholen Daarnaast ontbreekt in het onderwijs een goed beheer inclusief controle van financi‰le middelen. Verrassend was de kaspositie van veel scholen die uit recente publicaties in de pers niet zo beroerd leek te zijn als men ons af en toe voorhield. Hoe kan dit een verrassing zijn? Door jaarlijks openheid van zaken te geven en verantwoording af te leggen tegenover de maatschappij worden scholen gewezen op hun verantwoording t.a.v. kwaliteit en financieel beleid.
47. Respect en gezag win je niet door schooluniformen in te voeren Ik ben het niet helemaal eens met het argument dat je respect en gezag wint door schooluniformen in te voeren. Respect en gezag win je door leraren beter op te leiden, want een redelijk aantal leraren, weet niet hoe de orde te handhaven. Ook vind ik persoonlijk dat een kind zich wel moet kunnen onderscheiden, kinderen gaan juist aan het eind van het basisonderwijs ontdekken wat hun zogenaamde 'stijl' is. Het is goed als kinderen zich ontwikkelen als individuen. Dat moet je niet gaan tegenwerken door schooluniformen in te voeren. Kortom, ik denk dus niet dat je problemen oplost door het invoeren van schooluniformen. Het zou onnodige financi‰le belasting zijn voor de scholen, die kunnen het geld beter bewaren voor nuttigere zaken.
48. Waardoor zijn respect en gezag afgenomen? Collega van punt 47 geeft aan dat respect voor elkaar en het gezag van de docenten niet verworven worden door het invoeren van schooluniformen. Graag zou ik dan willen discussi‰ren over zaken die er aan ten grondslag liggen dat het respect en gezag is afgenomen in de afgelopen jaren. Komt dat doordat leraren minder capabel zijn geworden of komt dat doordat de mentaliteit/ instelling/ motivatie/ discipline van de leerlingen in de afgelopen decennia afgenomen is/zijn? Veel leerkrachten die reeds 30 jaar in het onderwijs werkzaam zijn en altijd goed gefunctioneerd hebben, komen steeds vaker met mentale problemen aan de kant te staan. Wat ligt hieraan ten grondslag? Wanneer men hiervan een analyse zou maken en het in kaart zou brengen, kan men met de uitkomst hiervan bepalen of het invoeren van o.a. schooluniformen een positief effect zou hebben op het respect en gezag binnen het onderwijs. Om terug te komen op 'het kinderen laten ontdekken van hun eigen (kleding)stijl': Ik vind de (basis)school niet de juiste plek om kinderen hun eigen stijl te laten ontwikkelen. Het ontwikkelen als individuen zou op een latere leeftijd binnen het onderwijs kunnen plaatsvinden, tot die tijd zou dit tot de vrije tijd van de leerlingen voorbehouden moeten blijven. Ik vind dat gelijkheid en saamhorigheid op deze leeftijd een belangrijkere rol spelen dan individualisering. De extra financi‰le belasting die zou aanvallen voor het Rijk, weegt niet op tegen de financi‰le belasting die aan zou vallen voor het Rijk wanneer veel van deze kinderen op latere leeftijd als 'kansloos' op de arbeidsmarkt, een beroep moeten doen op sociale voorzieningen als uitkeringen/ (re)integratiecursussen/ maatschappelijk werk, omdat het schort aan discipline/ mentaliteit of motivatie.
49. Genoeg vrije tijd voor eigen kleding Schooluniformen zijn ook niet bedoeld om respect en gezag te bevorderen, maar om saamhorigheid en gelijkheid te bevorderen. En een eigen individu worden ze toch wel. Zodra je een uniform aantrekt verander je niet ineens van karakter hoor. En daarnaast is er buiten schooltijd genoeg vrije tijd over om je "eigen" kleding te dragen. Met alle vakanties en vrije dagen zitten ze onderhand meer niet dan wel op school.
50. Goede opleiding zorgt voor betere acceptatie Een goed opgeleide leraar, die weet waar hij/zij over praat zal sneller geaccepteerd worden.
51. Orde handhaven zonder bevoegdheden kan niet De rede dat een groter wordende groep leraren niet goed meer de orde kan handhaven in een klas komt voor een groot deel ook omdat je als leraar bijna niets meer mag. Gebruik je een verkeerd scheldwoord dan wordt je aangeklaagd wegens discriminatie of als je strafwerk geeft dan staat er binnen de kortste keren een schreeuwende moeder of vader voor je deur. Maar de meeste ouders vinden wel dat, omdat een kind hele dagen op school zit de leraar een stuk van de opvoeding op zich moet nemen. Dit is wel erg tegenstrijdig. Kortom, zolang een kind op school zit is de leraar verantwoordelijk en dus moet hij/zij straf uit kunnen delen als hij/zij dat nodig acht, zonder bang te hoeven zijn voor schreeuwende ouders en/of aanklachten.
52. Leraren en leerlingen moeten stoppen met tutoyeren De uniformen hoeft voor mij niet zo nodig maar we kunnen al een aardig stapje maken door op te houden met de je/jij cultuur die er in de jaren 70 en 80 in is geslopen. Meester Kees wordt niet meer bij zijn voornaam genoemd maar wordt gewoon weer "meester Jansen" of "meneer Jansen". Een klein stukje afstand tussen leerling en kind kan echt geen kwaad. Orde handhaving wordt een stuk makkelijker bij een kleine afstand.
53. Basiswaarden worden niet meer bijgebracht door ouders Respect voor onderwijzend personeel begint bij de opvoeding. Klaarblijkelijk heeft een groot aantal van de leerlingen geen of te weinig basiswaarden meegekregen van de ouders. De manier waarop leerkrachten worden bejegend door (ook al door vrij jonge kinderen) kan m.i. niet echt respectvol worden genoemd. Ik denk dat daar een grote oorzaak ligt van alle problemen.
54. De vergadercultuur is problematisch Het tweede probleem is de door de overheid opgelegde "vergadercultuur" en de medezeggenschapsraad e.d.. De leerkrachten moeten daar een groot deel van hun vrije tijd voor opofferen. Laat onderwijzers gewoon doen waar ze voor ingehuurd zijn. Leerlingen onderwijzen. Echter blijkt uit recente onderzoeken dat de leerkrachten zelf de taal- en rekenvaardigheden die nodig zijn, ontberen. Hoe kan je dan verwachten dat leerlingen, als ze van de basisschool af komen, voldoende vaardigheden hebben om in het voortgezet onderwijs succesvol te kunnen deelnemen.
55. Grotere betrokkenheid van ouders vereist Respect voor anderen bijbrengen is een goed een goed plan voor een betere toekomst van onze jeugd. Toch zijn er nog meer dingen die verbeterd moeten worden zoals een betere betrokkenheid van de ouders zodat het gedrag van hun kind(eren) ook bij hen onder de aandacht wordt gebracht. Kinderen hebben nog wel eens de neiging om zich op school ander gedrag aan te meten dan thuis, zogenaamd spiegelbeeldgedrag. Hierop moeten de ouders ook aangesproken kunnen worden.
56. Scholen weer terug in de wijken
Als aanvulling op kleiner scholen. De scholen kunnen hierdoor ook weer meer verspreid worden over een gemeente. Vroeger kon je in elke wijk scholen vinden. Dit verhoogd ook de sociale structuur in een wijk. Mensen komen elkaar vaker tegen op het schoolplein en hierdoor kunnen ook buiten schooltijd contacten (vriendschappen) ontstaan in de wijk. Zo leren we elkaar weer kennen en dit kan positief werken op andere activiteiten binnen een wijk.
57. Grotere scholen buiten de wijken In tegenstelling tot mijn collega bij punt 56, zou ik zou juist willen pleiten voor grotere (bovenwijkse) scholen (brede scholen) met een goede infrastructuur en uitgebreide voorzieningen en wel om de volgende redenen:
- De onder punt 56 voorgestelde verhoging van de sociale structuur gaat slechts ten dele op. De Nederlandse samenleving is veranderd en flink ook. Zo zie je in een woonwijk dat het 's ochtends en 's middags een grote mierenhoop is van brengende en afhalende ouders. Die ouders zetten hun kind het liefst zo dicht mogelijk voor de deur uit de auto om in grote haast via de files naar hun werk te rijden. Veel woonwijken worden geplaagd door dit fenomeen. hoezo leefbaarheid? Tijd voor een praatje is slechts voor enkelen weggelegd.
- De behoefte aan scholen in een woonwijk fluctueerd sterk. Zo is er kort na realisatie van een nieuwbouwwijk een geboortegolf te verwachten in de eerste 10 jaren, daarna draait het om, de wijk vergrijst en de vraag naar schoolplaatsen neemt af. Zelf woon ik in een wijk van 15 jaar oud, in de eerste 10 jaren was er een groot tekort aan leraren, lokalen, opvang, gymnastiek mogelijkheden. Er werd lesgegeven in noodlokalen, containers, iedereen sprak schande van de huisvesting. Vervolgens is er keer op keer nieuwbouw gepleegd waardoor de school nu goed in haar "jasje" zit. De gemeente verwacht echter op basis van groeicijfers dat over 2 jaar de eerste lokalen al weer vrij komen omdat de geboortegolf in de wijk over is. In de daarop volgende jaren komt het er allemaal nog slechter uit te zien, er komen nog meer lokalen vrij en er verdwijnen dan vacatures door een overschot aan leraren op die basischool. Ik vind dit een vorm van kapitaalvernietiging die onnodig is. Vaak zie je dat een dorp of wijk een vrij constante behoefte heeft aan plaatsen. Als de ene wijk aan het vergrijzen is kan de nieuwbouwwijk een eindje verder juist een hoge vraag hebben. Door het "boven de wijk te tillen", kun je dit beter opvangen.
- Het "boven de wijk tillen" heeft nog een aantal andere voordelen. Zo kan er beter ingespeeld worden op de vraag naar begeleiding van langzame en snelle leerlingen, remedial teaching, jeugdzorg, vaste gymnastiek-leraren (zoals hierboven ook al besproken), logopedie, buitenschoolse opvang, kinderopvang voor personeel, etc. Je kunt door de schaalvergroting (het is jammer genoeg een woord met een hoop negatieve lading geworden) die aanvullende taken beter opvangen.
Natuurlijk kleven er ook nadelen aan zo'n systeem. Hieronder heb ik er een paar opgenoemd:
- De scholen worden groter en dreigen "fabrieks-trekjes" te krijgen. Daarvoor zou ik willen pleiten om een maximum aantal leerlingen voor basisscholen in te stellen.
- De (fysieke) afstand tot de school zal groter worden. Hier zie ik echter wel wat in het Amerikaanse systeem waar kinderen met een schoolbus van en naar school gebracht worden. Dit voorkomt ook het individuele op en neer rijden wat nu ook al massaal (in de wijk) gebeurd. De schoolbussen zouden bemand moeten worden door werklozen (nog altijd heeft Nederland helaas zo'n 310.000 werklozen, bron: CBS April 2008) en gepensioneerden (slecht 21% van de mensen tussen 60 en 65 hoort op dit moment bij de Nederlandse beroepsbevolking, bron: CBS April 2008)
- De huidige schaalvergroting in het onderwijs is niet zo goed verlopen en kan naar mijn mening beter. Ik ben het eens met veel van de reakties hierboven maar vind niet dat het idee van schaalvergroting zo maar over boord gezet moet worden. Ik ben van mening dat het anders, efficienter en beter (zakelijker) moet gebeuren dan tot nu toe is gedaan.
Een gedeelte van de problemen ontstaat door de vage en niet transparante bestuursvormen in het onderwijs. Op landelijk niveau worden een aantal regels opgesteld, op lokaal niveau wordt vervolgens eigen beleid ontwikkeld en wordt door een wethouder van onderwijs die eens in de 4 jaren als buitenstaander wordt gekozen vanuit de gemeenteraad uitvoering gegeven aan het beleid. Voeg daar nog aan toe dat veel scholen onder het bijzonder onderwijs vallen (Gereformeerde, Katholieke, Islamitische, Joodse school) en eigen bestuur (Medezeggenschapsraad, Ouder raad, Schoolbestuur, Ondernememingsraad etc.) en beleid hebben en je hebt een brij waar niet meer uit te komen is op bestuurlijk niveau. Alle scholen openbaar onderwijs is ook hier een oplossing.
58. Goede scholen op loopafstand Ik ben het met de collega van punt 57 eens wat betreft het feit dat de Nederlands Maatschappij veranderd is en echt flink ook. We zijn een haastige en almaar rennende maatschappij geworden. De erfenis van onze westerse beschaving helaas. We moeten daarom weer terug naar wijken met een menselijke maat, af van die doorgeschoten individualisering. En wijkoverstijgende scholen helpen hier mijns insziens niet echt bij. Schaalvergroting heeft niet gewerkt en het op een andere manier wel doorvoeren heeft ook geen enkele zin. Er verdwijnt al teveel uit de oudere wijken waardoor deze helemaal stilvallen en leeglopen/verpauperen. En men kan zijn kinderen best lopend of met de fiets naar school brengen, maar dan moet het wel haalbaar zijn. Feit blijft dat er naast veel meer scholen verspreid over de wijken ook wat aan de werksituatie van ouders moet veranderen. Mensen moeten wel de kans krijgen om hun kinderen naar school te brengen/een praatje maken. Als men inziet dat er goede scholen op loopafstand zijn dan veranderd de houding wel mee.
59. Focus op de leerkracht Het is nu na 20 jaar invoeren van onderwijsvernieuwingen en het vervolgens weer evalueren van het nut daarvan de hoogste tijd ons nu eens niet meer te focussen op inhoud en didactische werkvormen, maar op de spil waar alles om draait, de leerkracht.
Prima dat Politiek Den Haag nu tracht het advies van de Commissie Dijsselbloem op te volgen geen onderwijsvernieuwingenen te entameren en het onderwijs op afstand te controleren. Op 1 punt moet politiek Den Haag echter geen afwachtende houding aannemen omdat het onderwijsveld m.i. daar zelf niet over voldoende zelfreinigend vermogen beschikt. Laat nu eindelijk eens uitzoeken welke maatregelen er genomen moeten worden om de voorbeeldfunctie van de leerkracht te herstellen. Hogere eisen gaan stellen aan de functie zowel inhoudelijk als in termen van voorbeeldgedrag en het curriculum van PABOs daar op aanpassen. Jaarlijkse beoordelingen invoeren en op basis daarvan gaan honoreren. Salarisverhogingingen in deze sector zijn wat mij betreft pas aan de orde als we zicht hebben op de gewenste kwaliteit van de leerkracht. Hoe zo hun salarissen gelijktrekken met die van agenten. Hoezo al dan niet schooluniform voor de leerling; begin maar eens (k)leedgedrag van veel leerkrachten.
60. Aandacht voor sport op school Wat ik mis zijn nog een paar belangrijke punten o.a. sport op school. Openbare scholen voor activiteitenprogramma's, lesroosters, volkomen onafhankelijk van iedere stroming. Sporten in schoolverband integreert snel. Sport verbroederd immmers. Een betere vorm vanintegratie is nauwelijks denkbaar, ze leren Nederlands,ze gaan om met andere Nederlanders en leeftijdsgenoten, leren onze spelregels en gewoontes en krijgen een doel voor ogen. Sport in competitieverband tussen basisscholen, er staan overdag veel sporthallen en velden leeg. Vrijwilligers genoeg, geef deze mensen korting op gemeentelijke lasten. Geef les in normen en waarden en hoe om te gaan met geld en maarschappijleer i.p.v. godsdienst. De scholen moeten een betere functie krijgen in de maatschappij en aansluiting zoeken met andere studierichtigen. Brede scholen is een begin, betreft ontbijt op school. Kinderen die structureel zonder ontbijt op school komen, krijgen een ontbijt, betaald door eigen ouders namelijk door gedeeltelijke inhouding van de kinderbijslag, hier ook weer vrijwilligers genoeg zoals ik hierboven heb omschreven
61. Overnemen highschoolsysteem Onderwijs systemen overnemen. Laten we nou Europa gebruiken waar het wel goed voor kan zijn en dat is van elkaars fouten en sterktes te leren. De rest omtrent 1 Europa kan weggelaten worden maar dat is weer een geheel andere thema. Maar laten wij nu eens stoppen met dure systemen te ontwikkelen die toch geen zin hebben en die er ook nooit voor gaan zorgen dat basisonderwijs goed aansluit aan vervolg opleidingen. Laten we het basis onderwijs en voortgezet onderwijs koppelen. Highschool systeem waarbij ze de eerste jaren van het middelbare onderwijs aan het basis onderwijs plakken. En dit ook zo in te richten dat ze volledige dagen school krijgen en een bredere opleiding voor de begin periode. Er wordt namelijk ook teveel en te vroeg verwacht dat men een beslissing moet maken, wat op 12 jarige leeftijd niet mogelijk is, over de rest van hun leven. Denk aan de cito toets of vakkenpakket. Scholen die de cito toets gebruiken voor eigen imago, kinderen die juist voor zo een toets nerveus zijn en andere omstandigheden (vooral op die leeftijd) mag geen invloed hebben op vervolg voor de jaren die volgen. Van Kindergarden tot aan 16 jaar dezelfde school, dezelfde omgeving moet een vooruitgang zijn. Daarnaast ook langere dagen maken. Niet zo zeer om ze meer te willen leren maar wel om beter onderwijs te geven. Meer aandacht te geven. Ja dat heeft als gevolg dat er meer leerkrachten moeten komen maar dat is nu ook al nodig. Als ik nu om mij heen hoor dan moeten de kinderen in een klas elkaar les geven en helpen omdat ze met 35 kinderen niet door 1 persoon onderwijs gegeven kan worden. Als we dan toch combineren denk ik dat het voor de gezondheid van de kinderen voor nu maar ook voor de langere toekomst goed is om in een vast vakken pakket op te nemen de vakken; koken, verzorging, hygiene en meer sport. Ook de schoolkeuken/schoolrestaurant moet er komen. Met de gezonde maaltijden. Door voor een systeem als deze te kiezen denk je aan de Amerikaanse highschools waarbij de sportteams de scholen vertegenwoordigen, waarbij je breed opgeleid wordt en pas veel later specialisatie gaat toepassen, waarbij je meer uren op school verblijft. Voor zowel volgens van lessen, sport en het maken van je huiswerk. Thuis wordt thuis en school is voor de opleidingen.
62. Frans schoolsysteem en aandacht voor cultureel en natuurlijk erfgoed Waarom wordt hier in Nederland niet hetzelfde schoolsysteem als in Frankrijk gehanteerd? Ik vind dat ze daar een beter schoolsysteem hebben dan hier in Nederland. Zo weet ik dat ze op de scholen in Frankrijk door het hele land heen geen bladzijde met elkaar achter liggen met wat voor vak dan ook. Dit werkt voor kinderen die vaak in een schooljaar verhuizen iets positiefs. Namelijk dat ze nooit een bladzijde achterop komen. Zelfs niet met repetitie's want die zijn landelijk voor elk vak hetzelfde en worden ook landelijk op het zelfde tijdstip gegeven. Daarnaast gaan de Franse schoolkinderen al hoe klein of groot ze ook zijn verplicht onder schooltijd naar culturele uitstapjes. Daar wordt hun dan het één en ander verteld over wat ze dan op dat moment zien. Bijvoorbeeld de Eifeltoren. Veel mensen gaan daar naar toe maar weinig mensen weten hoe hoog die is, uit wat voor materiaal het bestaat, wanneer hij er gekomen is en waarom en waarom ze de Eifeltoren weer af wilden breken maar zich toch hebben bedacht. Dit soort culturele uitstapjes zouden de schoolkinderen van jong tot oud hier ook verplicht onder schooltijd moeten hebben met de geschiedenis erbij. Het voordeel is dat het interessant is, je steekt er wat van op en je komt ook nog eens ergens. Veel ouders hebben geen geld om met hun kinderen naar culturele bezienswaardigheden te gaan en wie wel geld heeft, heeft er misschien wel helemaal geen zin in om wat voor reden dan ook. Zo kunnen scholen naar het Anne Frank huis gaan en hun het boek laten lezen. Dat is leuker om te doen dan naar een dvd kijken over wie Anne Frank is. Of neem ze mee naar Westerbork. Dit zijn maar een paar voorbeelden. Er is zoveel te zien in Nederland. Ook buiten de cultuur om. Noem nou maar het wadlopen. Het is niet alleen het lopen op zich naar het eiland of zandplaat maar er is meer te zien dan dat. Zoals; wat leeft erin en op de zeebodem. En natuurlijk kun je over het wad op het wad nog veel meer vertellen dan dit. Wat ze van mij ook wel weer onder schooltijd erbij mogen doen is het schoolzwemmen. Veel mensen in de bijstand met kleine kinderen krijgen de zwemlessen pas vergoed van Sociale Zaken vanaf groep 5. Niet erg fijn voor deze kinderen want hun leeftijdsgenootjes waarvan de ouders wel genoeg geld hebben laten hun kinderen met 4 jaar al zwemmen en zo kan het dan voorkomen dat ze dan niet met elkaar kunnen zemmen wanneer ze dan allebij 6 jaar zijn omdat dan 1 van de 2 dan al een zwemdiploma heeft en de ander niet. En over kinderen die niet mee kunnen komen op het regulier onderwijs die zouden dan goede begeleiding moeten krijgen waardoor ze niet achterop raken met de rest van de klas. Hier zouden ze dan extra leerkrachten voor aan kunnen nemen die zulke kinderen dan die extra begeleiding op school kunnen geven voor iets waar ze moeite mee hebben en dat net zo lang door laten gaan met begeleiden totdat ze het begrijpen. Het zou toch zonde zijn dat een kind achterop raakt die iets niet begrijpt en er ook geen begeleiding voor terug krijgt. Niet iedere ouder is er toe in staat om hun kind te helpen met huiswerk of ze naar een huiswerkinstituut te laten sturen omdat ze het geld er gewoon niet voor hebben.
